Martin Mol
De dood en de vijf ringen
Ik hoor het IOC-voorzitter Jacques Rogge nog zeggen op tv: - Dat hoe dan ook en waar het dan ook aan lag en aan wie dan ook, dat dit in de toekomst nooit meer mag gebeuren. - U weet wel. Die verongelukte rodelaar, pats boem weg, zo goed als op slag dood. Nóóit meer hè, Jacques! Nóóóóit meer.
Wees eens even realistisch! Wat wil je nu nog meer gedaan krijgen voor de spelen? Vlak voor de opening een dooie sporter. Dat is toch fantastisch voor het A-merk De Olympische Spelen. Dat trekt toch nog veel meer kijkers. Dat drukt ons toch met de neus op de feiten dat dit verre van een lullig sportevenementje is. Wat een stunt zeg! Wat een kadootje! De beelden gingen de hele wereld over!
Maar nee, wat doet het IOC? Wat het eerste in de botte harses van de gemiddelde brandmanager op komt. Die veegt dat lastige incident met die vervelende dode vliegensvlug onder het tapijt. Is nu eenmaal gebeurd, moeten we snel vergeten en dus niet meer over hebben. Kijk en dan bewijs je als marketingman dat je het dus niet snapt wat goed is voor een merk. Het moet zo:
Nodar Koemaritasjvili hadden ze postuum een gouden plak om zijn gebroken nek moeten hangen. Die fatale rodelbaan moet zijn naam dragen... spreek het maar uit... de Nodar Swing! Zijn open kist moet op het belangrijkste plein in Vancouver tot aan de slotdag pronken. Zijn dodemans-slee voor een record bedrag veilen voor de Georgische gehandicaptensporters. Want wat deze topsporter voor het merk De Olympische Spelen heeft gedaan dat krijgt een Erica Terpstra in de lengte der dagen never nooit voor elkaar gelobbyt.
Ik kijk de rodelwedstrijden live en elke keer hoor ik verslaggever Hugo Walker ter nagedachtenis zeggen: Kómt die bóóócht! Maar het blijft ijskoud stil.
Ga je mond spoelen, Jacques.
Martin Mol
Owner/Creative Director MolConcepts
UW MENING
geen





